Eigenzinnig
... want dat zijn we toch allemaal!
RegistrerenZoekenFAQGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen
De wraak van Mercutio

 
Reageren    Eigenzinnig Forumindex » Willems intergalactische cyberimperium Vorige onderwerp
Volgende onderwerp
De wraak van Mercutio
Auteur Bericht
Bono
Geest


Geregistreerd op: 28 Mrt 2007
Berichten: 4901
Woonplaats: vuurke stook

Bericht De wraak van Mercutio Reageren met citaat
Euhm...Het tragediespel 'De Wraak van Mercutio' dus..

Crow is op weg naar het bal van de boerinnenbond om de zilveren ijsvogel Euterpe te versieren.

Deel I : De verwachting


Ik zat nog met het ochtenddauw tussen het gebladerte en voerde mijn lijf met zaden
Voor me strekte het glooiende bos zich uit, met haar kronkels en onbezongen paden
Daar zat ene Mercutio, een zangvogel die zich aan mij kon spiegelen als gelijk
Maar in hart en lijf steeds die heldenmoed deed versagen door zijn eeuwig geblaat en gezeik
Toen ik mijn torso ten hemel liet ontstijgen aan die oneindigheid van vluchtwegen
Kreeg het serpentenjong een tong die rad genoeg was om mij te bejegen
Om zo tegenspoed voor mijn nakende vlucht te plegen



Mercutio sprak


Waar gaat gij naartoe? Gij gevederde held die zich bezondigt aan hemelse gezangen
Ware het niet u die zich daarstraks ten valle zou storten naar het gekweel van ratelslangen
Die met hun valse getier uw honingzoete symfonieën in dubio ontvangen
Of stelt gij ons teleur en vertrekt gij naar het bal van de boerinnenbond
En gelooft gij in dwaze dromen die u voorspoed brengen in deze morgenstond’

‘Voorwaar Mercutio, gij oreert als een held maar spreekt als een dwaas
Gelooft gij dan niet dat deze verlokking slechts de lokroep is van dit relaas
Geen bergen of zeeën zullen mij scheiden van dat slagveld dat gij pretendeert
Ook al zult gij mij verbieden haar te versieren, zo ook gij steeds oreert
Het gekweel van de duivel ontsproot aan uw tong, het is de hoop die gij ontbeert’

‘hoop voor wat? Voor schuchtere dromen? Voor nachtmerries die u niet meer kan intomen?’

‘Nachtmerries zijn slechts een wapen van de geest, komen zij niet uit hetzelfde huis als dromen?
Die net als nachtmerries uit een diepgeroeste slaap voortkomen?’

‘U wil me hier de les spellen, maar voorwaar ik zeg u, gij past beter op uw tellen
Wanneer gij ongehoorzaam zijt aan de rede zal zij u kwellen
Oh! Gij snoodaard, ziet gij dan niet dat als deze gemeenschap zich zal voltrekken
De donkere nacht al haar plagen zal manifesteren door uw ganse huid te bevlekken’

‘Gij zeveraar, laat mij in rust en schetst snel uw eigen vlucht
Er zijn al minder vogelaars voor zeveraar betucht
Ik heb een queeste die ik niet zal verzaken
Al mag het toorn des vuur al mijn botten uitbraken’


Mercutio vloog weg en kwam niet weder,
oh hoe zich daar de wind zich te rusten lag
zo onvolmaakt en teder
en hoe het bos zich strekte tot aan de geblaakte horizon
zo zwart als pek dat zich toonde op elke veder
zo nam ik snel mijn zwaard in hand
zoals het maagdenwit van rijpend ijs
zo fel blonk mijn zwaard in het licht en sloeg het licht zich neder



deel 2 : De tegenspoed



Slechts het schimmige bos dat achter mij ligt verklaart mijn vlucht
De tijdloosheid, een vleugelslag die zich boort door bleke lucht
Zo zal de tijd zich vervloeken bij zijn stilstand, en slaakt zij beducht
voor helden is het luchtruim de plaats waar men zich bekeert
want zij geneest van zonden, waar men de vrijheid begeert
herbergt zij dan niet een ruimte die tijd dan ontbeert?
En is deze bekering een samensmelten van de twee
Tijd en ruimte die samen leiden, zoals schippers op woeste zee?

Dan strekt zich het gras, tooit zich het veld in ochtendgroei
Korenbloemen wiegen, landerijen met vee en geloei
En op een oude schommelstoel zat, met karabijn in hand
De duivel in gedaante van een versteende passant

Stokstijf, door eigen gratie overmand
door ontluikende dromen, mijn heldendaad verzand

vuurwerk, gesuis, een vleugel wordt geschoten
Dan valt de held snel, door het slinkse kruid uit zijn luchtruim verstoten
Uit de lommer verschijnt dat gezicht, lelijk, haastig weggestoken



De jager sprak :


Gij mormel van dit lamlendige luchtruim,
excuus voor een gestroomlijnde kogel
Wie zijt gij dan?,Niet meer dan onnozele vogel,
Die denkt met de prinses te flikflooien ja, zelfs aan te pappen

Jager, gij spreekt met een dwaasheid die niet valt te bejegen
Hebben vogels geen rechten net als mensen, even dwaas maar minder groot
Gij die mijn prinses wil bekoren, met het hart dat snijdt gelijk een degen
Gij berust vol haat, beslist volgt straks uw dood

gij lamme luchtkliever, in een kooi zult gij uw dagen slijten
Gevangene, zult gij zijn, en gij zult het aan uw eigen dwaasheid wijten
Berust gij uw hoop dan in de Goden, die bedenkelijk als ze zijn, deze tralies stukbijten
Ze met vereende krachten,deze valkuil uiteen splijten
Tot uw spijt geloof ik niet in goden, noch eeuwig noch volmaakt
Voor wie gij deze wanhoopskreten slaakt


Het was de zon, de enige getuige die licht op mijn kooi scheen
Doch zij leek me te troosten, ofschoon ze niets te zeggen had.
Daar zat ik nu, van vrijheid, een heldendom beroofd
Tussen de tralies, deze cel van ijzer, diep gekloofd



Deel drie de verlossing


in mijn kooi, verzwolgen door zonlicht
maar niet lang, door de opkomst van bliksemschicht
Regenwolken scheppen sluiers van nevelgrijs zicht.
Wie had mij dan, deze dolkenhemel toegedicht
Jager van het zevenste knoopgat
Die mij door gevangenschap had afgemat
sidderend voor dit hemelse gebrek
naar boven starend met stijve nek,
verduur ik natte tranen van een ondergang

Maar doorheen het ruisen van het onweder
Kringelt een silhouet op, nat op de zwartste veder
Het was Mercutio, houtspecht en eeuwig zeveraar
In zijn duikvlucht, immer kwetterende snavelaar
Daarstraks nog ronkend, gelegen in zijn kerselaar

Gij onverlaat, hoe veel waarschuwingen moet ik nog schenken
Voor gij dat onbezonnen hoofd verplicht tot nadenken
Ik loods u uit uw kooi, maar voorwaar
Deze redding is allerminst ons verzoeningsgebaar
Het is mijn offer, niet voor een gevangen held
Want door regen en wind kwam ik hier toegesneld
Maar voor de rede, die gij nog steeds als laster telt

Mercutio, gij komt als een opklaring na deze regentijd
Ik moet u bedanken,edoch mijn dwaasheid behoudt mijn spijt
Mijn tijd schenkt geen concessies, noch de afstand is mij te licht
Tot heldendaden ben ik bereid, ja zelfs verplicht

Gij zijt een held met één gebrek
Uw gekoesterde driften vergiftigen uw slome bek
Gij, die mij immer beticht dat ik klets uit mijn nek
Gij, die resideert, blind en dom in uw ivoren toren
mijn laatste waarschuwing is dan ook voor dove oren
Kom terug, verzekert, gij zijt op voorhand verloren

Gij zeveraar, onkwetsbaar waant gij uw loze woorden
Ongeschonden door de regen die als dolken mijn lijf doorboorden
Ontsnapte ik mijn kooi, bestemd om mij te moorden
Maar dankbaar als ik ben, kan ik niet plaatsen, verstand boven het gevoel
Ondanks uw litanie, ondanks uw radeloos gejoel


Met Mercutio’s laatste waarschuwing te negeren
Zou het tij voor mij keren
Maar ik luisterde niet, vertrok zonder dat het me kon deren…



Deel vier : De verovering


Daar troonde dat kasteel, een eenzame pilaar
Geknield tussen puntige rotsen, mijn altaar
Waar ik zou sterven, door lusten gedwongen
Zo zou ik die nacht eeuwig voor haar hebben gezongen

In de hoogste toren, zat zij tussen kantelen
door de drank verdoemd tot kwelen
Ontsnapt aan het gedruis van feesten
Bronstig, in maagdenvlees voor ongetemde beesten
Klapwiekend schoot ik neder waar ik toebehoorde
Vertekende ik het luchtruim, met sluwe dansen die een muze bekoorde

Een ontmoeting, misschien warm en broos
Doch gevaarlijk als de doornen van een roos
zo vluchtten wij van weg, van stad naar strand
Waar een zee dwong tot liggen, in’t woeste zand

Op het tapijt van korrels, dronken van het land
Schuwt zo de zee haar golven, eb en vloed in samenhand
Lusten kolken, en in het lijf gestookt met bronstige slangen
Had ik slechts het kussen van een mond, in gedachten gevangen
Maar snel tot mijn spijt, het kruid verschoten, uit het lijf gesneden
Tot een horizon zich toont schilfert de zon met rassé schreden
en wanneer ik te rusten lig, nog voor het einde van de dag
Toont de avond zich, betaalt de prijs voor het gelag
Zij verdween, woorden zonder afspraken
Om mij door de nacht te laten blaken



Deel vijf : De wraak van Mercutio


In de ochtend sliep ik nog
Een wild gekweel wekte me uit mijn slaap

Gij dwaas! De nachten hebt gij met haar doorgebracht
Maar ik ben de laatste die hier nu lacht.

Mercutio, zij is waarlijk de mijne,
wanneer zult gij stoppen met kwelen
Met denken dat ik uw loze woorden ga stelen

Stomkop, hebt gij dan niets gemerkt,
Met alle pijn in uw lendenen
Met alle ruis in uw hoofd
Met twee ogen, ziek van het staren
Wat gij daadwerkelijk gedaan hebt

Of wie zij daadwerkelijk is
of wat zij daadwerkelijk is
of wat u werkelijkt toegekomen is

Spreek dan nu of zwijg dan gauw
Mercutio, gij miezerig gepluimde kauw

Gij moogt dan uw prinses geschaakt hebben
Haar geliefkoosd tot de zee ging ebben
Maar….

Wat is uw probleem, ‘hij die praat als slangen’
Met het schaamrood nu op kaken en wangen
Of gij spreekt, of staakt snel, met al uw valse gezangen

Maar wat gij niet weet en ik dus wel
Is dat zij niet is wij gij wel denkt
Zij is niet dat vrouwelijk geslacht
Zoals al die muzen van uw jacht
Maar luister hier en luister goed
Terwijl gij lag te vozen, tussen het schuim en de boten
Had zij u al besmet, met de kanker aan uw kloten
Doch had gij geluisterd, waart gij nu niet verstoten

Verstoten? Als in ballingschap , uitgesloten?
door het zinneloze vozen,
Dat geleid had tot verziekte noten ?

Precies, dit bos herkent rang noch stand
Noch een leger, of koning van hogerhand
Maar voor uw gelanterfant, gij bronstige passant
Voor uw spuiten dat tot ziekte leidt
Behoort geen wrok ,geen notie van spijt
Veroordeeld tot zwerven, tot het nomadenhabijt
Zo zult gij zijn, tot het einde der tijd
Verlaat nu dit bos en keert nooit om


Mercutio vloog weg, en kwam niet weder

voor een laatste keer
door iedereen berouwt
verliet ik het bos
En ik verliet mijn nest

En niemand
had me ooit nog gezien

Met een pijn aan mijn kloten
Door iedereen uitgestoten



Opgedragen aan Viva's teelbalkanker Sad

_________________
Hey man ik moet wel met licht thuiskomen anders herkent m'n moeder me niet.

Ma Jan 14, 2008 4:54 pm Profiel bekijken Stuur privébericht
Viva Las Violence
Dolende geest


Geregistreerd op: 28 Mrt 2007
Berichten: 9532

Bericht Reageren met citaat
Bedankt kerel Confused

_________________
Are you gay? Are you a nigger? Is your name Morten-Jarne? If you answered "yes" to all of these questions, then GNAA might be exactly what you're looking for!
Wo Jan 16, 2008 2:36 am Profiel bekijken Stuur privébericht E-mail versturen
Silverfold
Geest


Geregistreerd op: 13 Apr 2007
Berichten: 4887
Woonplaats: Williehood

Bericht Reageren met citaat
wicked

_________________

Wo Jan 16, 2008 7:13 pm Profiel bekijken Stuur privébericht
Willy Wortel
Morten-Jarne Halmstaedt


Geregistreerd op: 27 Mrt 2007
Berichten: 12243

Bericht Reageren met citaat
Wanneer gaat die lowlife een vervolg breien aan zijn zooi?
retard.
Za Mrt 22, 2008 5:26 pm Profiel bekijken Stuur privébericht
Berichten van afgelopen:    
Reageren    Eigenzinnig Forumindex » Willems intergalactische cyberimperium Tijden zijn in GMT + 5.5 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar: 
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum
Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum
Je mag niet stemmen in polls in dit subforum


© 2007-2008 Informe.com. Get Free Forum Hosting
Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group :: 
Design by Freestyle XL / Flowers Online.Vertaling door Lennart Goosens.